Geschiedenis van Tibet

De geschiedenis Tibet is niet op één pagina samen te vatten. Het land heeft sinds de oorsprong enorm veel meegemaakt. De oorlogen met China, Mongolië en Groot Brittannië lopen als een rode draad door het verhaal van Tibet. Maar ook de ‘geboorte’ van de Dalai Lama’s en het geloof in Tibet heeft een enorme impact gehad op het land. Eigenlijk is de geschiedenis Tibet te verdelen in verschillende fases. We zullen de belangrijkste toelichten.

Geschiedenis Tibet

Vóór de 7e eeuw is er nog weinig bekend over Tibet. Mythologisch zijn de eerste boeken begonnen met Koning Nyatri Tsenpo. Het is echter niet bekend wanneer deze precies geleefd heeft. In sommige geschriften komt hij voor in 126 voor Chr. en andere hebben het over 414 voor Chr. Van het bestaan van de eerste tot de zevende Tibetaanse koningen zijn echter nooit bewijzen gevonden. Dit komt ook overeen met de boeddhistische traditie in Tibet die stelt dat het niet mogelijk is om bewijzen te hebben van de eerste zeven koningen. De Koningen keerde namelijk naar de hemel terug via het zogenaamde hemel-touw.

Volgens de traditie is het hemel-touw gesneuveld door de achtste koning, Drigum Tsenpo. Hij knipte het touw per ongeluk door waardoor hij niet naar de hemel kon terugkeren. Hij wordt daarom gezien als de eerst koning van Tibet, hoewel zijn rijk waarschijnlijk niet verder reikte dan de Yarlung-Tsangpo vallei. Pas in de 6e eeuw hebben de Tarlung heersers hun rijk uitgebreid tot het grootste deel van centraal Tibet. Koning Songsten Gampo, een van de bekendste koningen van Tibet zorgde ervoor dat zijn rijk zich uitstrekte tot Turkestan, Nepal, Amdo en Kham en Tarim. Hij speelde een grote rol in de geschiedenis Tibet. In 763 veroverde koning Trisong Detsen zelfs grote delen van China! Trisong Detsen was ook degene die boeddhist Padmasambhava uit India liet overkomen om in Tibet het boeddhisme te verkondigen. Dit was ook de tijd dat het Samye klooster werd gebouwd. Het eerste boeddhistische klooster van Tibet.

Het geloof speelt een belangrijke rol in de geschiedenis Tibet. Vanaf de 10e eeuw werd het boeddhisme steeds belangrijker in Tibet. Dit terwijl het in landen als India, Nepal en China steeds meer afnam. Op deze manier groeide Tibet uit tot het land wat wij vandaag de dag kennen; het belangrijkste boeddhistische land ter wereld. Van de 8e tot de 12e eeuw kromp het rijk van Tibet weer. Delen als Amdo en Kham gingen verloren en China werd teruggewonnen door de Chinezen.

Tibet en Mongolië

Tibet was in de voorgaande eeuwen ten prooi was gevallen aan Mongolië. De Mongoolse leider Godan Khan was de eerste die in 1239 grote delen van Tibet veroverde. Hierdoor werd het land in grote stukken verdeeld en ontstonden verschillende religieuze stromingen in Tibet. Changchub Gyaltsen werd als eerste nieuwe koning van Tibet gezien, hij joeg rond 1368 de indringers uit zijn land. na Changchub Gyaltsen kregen zijn opvolgers te maken met een nieuwe religieuze macht, de gelugorde. Deze was rond 1380 gesticht door Tsongkhapa en hieruit vloeide tevens de drie gelug-klooster; het Sera, Derpung en Ganden klooster. Tsongkhapa’s opvolgers worden de dalai lama’s genoemd.

Vanaf de 16e eeuw kreeg het gelug-klooster ook een politieke rol toen ze bondgenoot werden met de Mongoolse leider Altan Khan. Doordat ze gesteund werden door de Mongolen lukte het de vijfde Dalai Lama, Ngawang Lobsang Gyatso een einde te maken aan de heersers van Tsang. Door hun militaire steun hoefde de Dalai Lama’s niet aan het Mongoolse hof te blijven (wat hiervoor wel moest). Dit stelde de Dalai Lama’s in staat Tibet te besturen vanuit Lhasa wat Lhasa maakte tot de stad die wij vandaag de dag kennen. In het jaar 1956 braken er in de Kham provincie opstanden uit in Tibet. 7 jaar eerder kwamen in China de communisten van Mao Zedong aan de macht. In 1950 zetten China de plannen door om Tibet te veroveren en viel het Chinese Rode Leger Tibet binnen. Op 23 mei 1951 besloten de machthebbers in Peking dat Tibet voortaan integraal deel zou uitmaken van China.

De meest recente activiteiten in de geschiedenis Tibet is de bezetting door China. In het jaar 1956 braken er in de Kham provincie opstanden uit in Tibet. Aanleiding hiervoor was dat de Chinezen de Dalai Lama hadden opgedragen een dansvoorstelling bij te wonen tijdens het Tibetaanse nieuwjaar zónder lijfwacht. Een lijfwacht voor de Dalai Lama was in die tijd gebruikelijk. De bevolking van Tibet pikte dit niet en zo braken de rellen uit. Tibetaanse soldaten die in het Rode Leger actief waren liepen over naar de demonstranten en deelde zelfs wapens uit aan de bevolking. De demonstranten positioneerde zich bij het Potala-paleis om zo Tenzin Gyatso, de veertiende Dalai Lama te beschermen. Terwijl de Tibetanen de Dalai Lama wilde beschermen vluchtte hij ongezien naar India.

Als reactie hierop ontbonden de Chinezen de regering van Tibet. Zoals bekend werd de opstand met harde hand door de Chinezen gedrukt. Alleen in de regio van Lhasa vielen al 87.000 doden. De straten lagen bezaaid met lijken. Helaas werd door de Chinezen ook het boeddhisme en alles wat daarmee te maken heeft onderdrukt. Kloosters, paleizen en andere boeddhistische bouwwerken werden vernield, aangevallen of geplunderd met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Culturele Revolutie die van 1966 tot 1976 duurde werden alle restanten van de Tibetaanse cultuurschatten vernietigd. Vele monniken en nonnen werden gedood of gemarteld en eeuwenoude boeddhistische geschriften werden verbrand of als toiletpapier gebruikt. Door de Chinezen is het grootste gedeelte van Tibets culturele erfgoed verdwenen.